Tarrasch, de leraar

Uit de oude doos (10) De Schaakleraar van Duitsland; Tarrasch

De 20e eeuw kende drie grote schakers die de grondleggers zijn van het moderne schaken. Allereerst was er Wilhelm Steinitz, die ik al eerder besprak, de feitelijke grondlegger van de theoretische beginselen. Ook de onovertroffen wereldkampioen van 1894 tot 1921, Emanuel Lasker, is al aan bod geweest. De derde man, die zijn top bereikte rond de eeuwwisseling, is Siegbert Tarrasch.

De heer Tarrasch was door zijn arrogantie bepaald niet populair bij zijn schaakgenoten. Zo zei hij aan de vooravond van de match tegen wereldkampioen Lasker in 1908, dat hij maar twee woorden wenste te wisselen met zijn tegenstander: “Schach” und “Matt!”. Naast schaken was Tarrasch een gedreven arts, waarvoor hij nogal eens belangrijke toernooien of matches liet lopen. Maar hij besteedde ook veel tijd aan de schaaktheorie en schreef hier een flink aantal boeken over.

Zoals gezegd, was Tarrasch, naast Lasker, degene die de theorie van Steinitz verder ontwikkelde en populair maakte. Hij geloofde heilig in het bezetten van het centrum met pionnen. Voor Steinitz was dit geen issue; hij lokte juist zulke “verzwakkingen” uit om ze beter aan te kunnen vallen. Tarrasch is de man van een actieve strategie; na controle van het centrum, hergroepeerde hij vaak zijn stukken om tot een aanval te komen. Illustratief is onderstaande stelling:

Deze stelling kwam voor in de match Steinitz-Zukertort 1886. Steinitz heeft hier zwart en is van mening dat zwart beter staat. Maar Tarrasch opteert voor wit; zijn stukken staan goed geplaatst en het bezit het centrum. Dit is genoeg compensatie voor de geïsoleerde pion. Bedenk wel dat deze voor ons zo logische opmerkingen door dit soort heren zijn bedacht in de jaren 1850-1930! Voor Tarrasch is de strijd om het initiatief onlosmakelijk verbonden met de strijd om het centrum. Vooral in wat open posities spelen tempi een belangrijke rol, en zijn essentieel in de strijd om het centrum. Hij was ervan overtuigd dat er altijd maar één beste zet is en hij was ervan overtuigd dat hij die kon vinden. Zo is volgens Tarrasch na 1. d4 d5 2. c4 e6 3. Pc3 de enige juist zet c5!

Begrippen als sterke en zwakke velden, zwakke pionnen, paarden horen in het centrum en eerst moeten de paarden in het spel worden gebracht en dan pas de lopers, zijn zaken die Tarrasch voor het voetlicht bracht. Overigens was alles dat in tegenspraak was met zijn inzichten, uiteraard fout en niet wetenschappelijk!

Terug naar de successen van onze dokter! Na het winnen van het toernooi in Neurenberg (1888) begon een indrukwekkende serie van het winnen van vier grote toernooien op rij. Breslau 1889 (voor Burn, von Bardeleben en Mieses), Manchester 1890 (3 punten voor Blackburne), Dresden 1892 en Leipzig 1894(voor cracks als Teichmann, Blackburne en Janowski). In die tijd had de jonge Lasker, die nog nauwelijks grote toernooien had gewonnen, wereldkampioen Steinitz uitgedaagd en verslagen! Voor Tarrasch zei dit niets; hij was uiteraard zelf de echte wereldkampioen. Die Lasker moest eerst maar eens laten zien dat hij grote toernooien kon winnen, voordat hij zich aan de heer Tarrasch kon meten! De heren troffen elkaar nu wel geregeld in de toernooizaal, waar al snel bleek dat ze aan elkaar waren gewaagd. Een memorabele zege voor Tarrasch in die tijd was nog het mega toernooi van Wenen 1898 (18 spelers, dubbelrondig!). Samen met Pilllsbury haalde Tarrasch 27,5 punt. De laatste won de beslissingsmatch en daarmee het toernooi. De voorbereidingen van een match om de wereldtitel liepen moeizaam. De drukke werkzaamheden van Tarrasch en mogelijk ook wat terughoudendheid bij Lasker om tegen deze tegenstander van formaat in het strijdperk te treden, waren hier debet aan. In 1903 was het bijna zover; een match Lasker-Tarrasch, maar door een schaatsblessure van Tarrasch moest de match worden uitgesteld. Het duurde tot in 1908, maar toen was Tarrasch al op zijn retour; de match werd een walk-over; 10,5 tegen 5,5. Nu moest ook Tarrasch erkennen dat Lasker de onbetwiste kampioen was.

Tarrasch bleef nog lang op hoog niveau acteren; zo is zijn 5e plaats in het sterk bezette toernooi van St. Petersburg 1914 op 52 jarige leeftijd, een knap resultaat. Uit dit toernooi heb ik de volgende partij van onze held tegen iemand van de jonge garde van de Hypermodernen uit de jaren 20; Aron Nimzowitch (met wit):

1d4 d5 2. Pf3 c5 (in de stijl van Tarrasch; bezet het centrum).

3.c4 e6 4.e3 Pf6 5.Ld3 Pc6 6.0-0 Ld6 7.b3 0-0 8.Lb2 b6 9.Pbd2 Lb7 10.Tc1 De7 11.cd5 .. (interessant is Qe2!?)

11...ed5 12.Ph4 g6 13.Phf3 Tad8 14.dc5 bc5 15.Lb5?!. (Nimzowitch voelt zich niet thuis in dergelijke posities en speelt te passief. Tarrasch heeft nu zijn geliefkoosde centrum).

15.. Pe4 16.Lc6 Lc6 17.Dc2 Pd2! (trekt een verdediger weg bij de koning en een koningsaanval is in de maak.)

18.Pd2… (ook na 18 Qxd2 .. volgt 18….d4 19 exd4 Bxf3 20 gxf3 Qh4).

18..d4! 19.ed4?...(beter is 19 Rfe1 Tfe8 20. Pc4 Lc7 hoewel ook dan zwart beter staat.).

19…Lh2! (het barst nu los………). 20. Kh2 Dh4 21. Kg1 Lg2! (een prachtig tweede loperoffer zoals eerder door Lasker gespeeld tegen Bauer).

22. f3!.Tfe8! 23. Pe4. Dh1 24. Kf2 Lf1 25. d5…(op Tf1 volgt natuurlijk Dh2). 25….f5! 26. Dc3….(na 26.Pf6 Kf7 27.Pe8 is Te8 uit).

26….Dg2.27.Ke3.Te4! (een schitterend volgend offer beslist de partij). 28.fe4 f4?! (leidt tot een prachtige matstelling, hoewel Dg3 sneller tot mat leidt.

29.Kf4 Tf8. 30. Ke5 Dh2 31. Ke6 Te8 32. Kd7 Lb5 mat.

Een schitterende partij van Tarrasch, de man die eigenlijk wereldkampioen had moeten worden.

Quote van de maand:

“Er zijn slechts twee ware geniën, de andere heet Steinitz” ……Fischer

Joop Beijersbergen september 2017