Carlsen - Grandelius

Het Nimzowitz Siciliaans: Scherp, scherper, scherpst!

Een van de primaire doelen van de opening is het veroveren van het centrum. Bij klassieke openingen wordt dit bereikt door het centrum te bezetten met pionnen, waarmee 1. e4 en 1. d4 verreweg de meest gespeelde openingszetten zijn. Gedurende de jaren ’20, echter, ontwikkelde enkele grootmeesters wat we vandaag ‘hypermoderne openingen’ noemen, waarbij men het centrum juist tracht te controleren met stukken in plaats van pionnen. Typische openingen die de naam van hun bedenker dragen zijn de Alekhine verdediging (1. e4 Pf6), de Nimzowitz (1. e4 Pc6) en de Reti (1. Pf3). Een combinatie van beide ideeën vinden we terug in de zogeheten Nimzowitz variant van het Siciliaans, welke zich kenmerkt door de zetten:

1. e4 c5 2. Pf3 Pf6

en welke ik wil behandelen aan de hand van de wedstrijd Magnus Carlsen - Nils Grandelius (Norway Chess Championship, 2016).

Zoals in elke Siciliaanse opening is 1. .. c5 erop gericht om 2. d4 te voorkomen, terwijl 2. .. Pf6 net als bij de Alekhine verdediging controle probeert uit te oefenen op het centrum. Wit kan de opening afslaan met Nc3 of d3, maar verreweg de meest gespeelde zet is hier (in analogie met de Alekhine verdediging) 3. e5.

3. e5 Pd5 4. Pc3 Pxc3 4. dxc3

De Nimzowitz variant kent vele scherpe lijnen, en Carlsen koos hier voor de uitwisselingsvariant, die ogenschijnlijk in gaat tegen elke basisregel in de opening. Het ontwikkelt een stuk naar een veld waar het onmiddellijk geslagen kan worden, er wordt met de d-pion van het centrum af geslagen, en het verdubbelt vrijwillig de pionnen op c2 en c3. Zwart had hier op zijn beurt eveneens scherper kunnen spelen met het zogeheten Rubinstein gambiet met 4. .. e6 5. Pxd5 exd5 6. d4 Pc6! 7. dxc5 Lxc5 8. Dxd5 Db6 9. Bc4 =. Hoewel de positie hier gelijk is, is het winstpercentage hier voor Zwart in de praktijk niet bijzonder hoog.

4. .. Pc6 5. Lf4 Db6 6. Dc1 f6!

(Positie na 6. .. f6!)

De commentatoren die deze wedstrijd live versloegen waren uiterst verbaasd over de zet f7-f6, en beweerden zelfs dat Grandelius hiermee de wedstrijd had vergooid. Na de wedstrijd, echter, toen Carlsen gevraagd werd wat hij van deze zet vond, antwoordde hij dat dit juist de enige zet is niet verliest in deze positie. Wit is namelijk niet geneigd om hier op f6 te slaan vanwege de continuatie 8. exf6 gxf6 9. Lc4 e5 10. Le3 Pe7 =, waarbij Zwart een sterk centrum heeft. Idem dito is ook Zwart hier niet van plan om op e5 te slaan. Nog enige opmerking betreffende 6. Dc1. Zetten als Tb1 en b2-b3 zijn ook zeker speelbaar in deze positie, echter wil Wit de mogelijkheid behouden om lang te rokeren. Verder bevindt de Dame zich hier op een actieve lijn, hetwelk later in de partij duidelijk wordt.

8. Lc4 g5 9. Lg3 g4 10. exf6!? gxf3 11. Df4 fxg2 12. Tg1

(posities na 10. exf6!? en 12. Tg1)

Een bijzondere keuze van Magnus, om zijn paard te offeren voor activiteit. Hoewel Wit nu een vol stuk achter staat, zijn zijn stukken vele malen actiever dan die van Zwart. Alleen met Pa5 kan Zwart beginnen met het activeren van zijn stukken. De computer stelt h7-h5 voor om Lh6 mogelijk te maken, en om later h5-h4 te spelen. Belangrijk detail: Dxb2 is geen optie meer vanwege mat-in-2 (f7 , Kd8, Dc7mat). De continuatie 12. .. d6 13. 0-0-0 e5 is misschien de beste manier voor Zwart om de dreiging van Dc7 te voorkomen en de loper te activeren, maar is riskant.

12 .. Pa5 13. f7 Kd8 14. Ld5 Lh6 15. De5 Tf8 16. Bh4 (dreiging is Lxe7mat) Tf7 17. Lxf7

en Wit staat in kwaliteit voor met een veel betere positie. Verder hangt de pion op g2 voortdurend en is de dreiging van Lxe7mat nog steeds aanwezig.

17. .. Pc6 18. Dg3 Dxb2 (de enige zet die zwart nog een kans geeft) 19. Td1 Dxc2 20. Ld5! (Zwarts paard heeft geen gunstige velden om naartoe te vluchten, dus) .. Df5 21. Txg2 Lf4 22. Df3 Kc7?

Bij deze zet schiet de computerevaluatie van een klein plusje voor wit naar een volle 2. Het idee was waarschijnlijk om Tg8 voor te zijn, maar het natuurlijkere Pe5 was hier beter geweest. Overigens geeft de computer de continuatie 22. Dxf4 Dxf4 23. Tg8 Kc7 24. Lg4 Dxg4 25. hxg4 en ditzelfde trucje was ook na 22. .. Kc7? nog mogelijk geweest.

(positie na 21. .. Lf4)

23. Tg5 Df8 24. Lg3 e5 25. Th5 a5 26. Txh7

het is hier interessant om op te merken dat 26. Lxc6 bxc6 27. Rxe5 de e-pion zou oppakken, maar dit zou het voor Zwart makkelijker maken zijn stukken te activeren. Door juist de h-pion af te snoepen houdt Wit Zwarts positie zoveel mogelijk gesloten.

26. .. Ta6 27. Tf7 De8 28. Kf1 Lxg3 29. hxg3 Dh8 30. Kg2 Pd8 31. Tf8 Dg7 32. Th1 Th6 33. Txh6 Dxh6 34. Df6 Dxf6 35. Txf6 d6 36. Kf3 b5 37. g4 Kd7 38. Th6 1-0

Hier gaf Grandelius op. Het eindspel dat uit deze positie zou volgen zou moeilijk te winnen zijn geweest tegen Carlsen.

door: Alex van der Ham