De match aller tijden

UIT DE OUDE DOOS (1) MATCH ALLER TIJDEN

Als nieuwe voorzitter wil ik ook een bijdrage leveren aan de website door af en toe eens een stukje te schrijven.

Over het hedendaagse schaak met zijn enorme openingskennis en zijn schaakprogramma’s, zal ik niet veel schrijven; dat laat ik over aan de jongeren onder ons. Mijn hobby is toch vooral het schaken uit de 19e eeuw en daarover gaat het volgende.

De match Fischer- Spasski wordt wel de “match van de 20e eeuw” genoemd, maar als de “match aller tijden” staat de in 1834 gehouden tweekamp tussen De la Bourdonnais en Macdonnell bekend. De Fransman De la Bourdonnais was in de jaren 20 een regelmatige gast in het beroemde Café de la Régence in Parijs, waar hij op schaakgebied de scepter overnam van Deschappelles; de op dat moment sterkste schaker van Parijs. Berooid door verkeerde grondspeculaties was De la Bourdonnais in feite de eerste schaakprofessional; hij leefde louter van het schaken, waarbij de inzet meestal 1 franc per partij was. Niet zelden moest hij zelfs een voorgift geven van een stuk. Verder was hij afhankelijk van de gulheid van een groepje edelen en intellectuelen die bereid waren enkele schakers in hun onderhoud te voorzien.

In 1823 gaat De la Bourdonnais voor het eerst naar Engeland; hier treft hij een andere (schaak)wereld aan. Hoewel het schaken op een lager peil staat, wordt hij hier, in het aristocratische schaak sociëteiten, gewaardeerd voor zijn schaakkwaliteiten; men is sprakeloos als hij twee partijen tegelijk blind weet te spelen! Alle Engelse tegenstanders zijn kansloos tegen hem en hij wordt een gevierd man, bewonderd om zijn geniale spel. Hij voelt zich gewaardeerd en trouwt een Engelse dame, hoewel ze beide enkel hun moederstaal spreken.

In die tijd speelt hij ook enkele partijen met zijn latere tegenstander, Macdonnell, maar die is op dat moment nog lang niet tegen hem opgewassen. De Ier Macdonnell was een vermogend man en had een functie bij de Britse West-Indische Compagnie. Geldzorgen zoals De la Bourdonnais kende hij niet; zijn werk bestond uit het af en toe bijwonen van een parlementsvergadering als de buitenlandse handel op de agenda stond. Een typische Engelsman; bezadigd, stoïcijns en veel zitvlees!

Pas in 1834 keert De la Bourdonnais terug naar Engeland; hij is de onbetwiste schaker van Europa (en dus van de wereld) en wordt in Londen ontvangen als een waar kampioen. Hij aanvaardt de uitnodiging om tegen de sterkste Angelsaksische schaker een match te spelen en nadat Lewis, de leermeester van Macdonnell, te kennen heeft gegeven zich te oud te voelen, wordt al snel Macdonnell als uitdager aangewezen.

Nadat Macdonnell als uitdager een, ongetwijfeld forse, som geld heeft betaald begint men aan een match over 21 partijen waarbij remises niet tellen. Macdonnell wordt met 16-5=4 weggevaagd en vraagt om revanche. Dit gebeurt nog viermaal zodat er in totaal 6 matches achtereen worden gespeeld; in feite 1 match van maar liefst 88 partijen! De la Bourdonnais wint er vier en Macdonnell twee, maar aan de partijen is te zien dat de interesse van de Fransman aan het einde sterk afneemt. De totale score van de match is 44-30=14 en duurde in totaal vier maanden. Gelukkig was er een heer Walker aanwezig die de zetten noteerde, anders waren de partijen voor ons verloren geweest. Het uithoudingsvermogen van Walker is, naast die van beide spelers, bewonderenswaardig; in totaal hebben de drie heren 570 uur achter en naast het bord gezeten.

Dagelijks, behalve zondag, werd er gespeeld en de partijen duurde vaak eindeloos, vooral omdat de Engelsman soms anderhalf uur over een zet nadacht (er waren nog geen klokken). Dit tot grote ergernis van de Fransman, die veel sneller speelde. Het temperament van De la Bourdonnais blijkt ook bij het afbreken; snel eten en weer analyseren achter het bord, terwijl Macdonnell uitgeput naar huis ging. Na de analyse speelde De la Bourdonnais nog rustig een aantal uren schaak onder het genot van sigaren, punch en bier. Onder het geven van voorgiften, waarbij hij niettemin meestal won, amuseerde hij zich prima en als de drank zijn werk begon te doen waren de grappen en liederen niet van lucht. Als het op het bord verkeerd dreigde te gaan, hernam deze schaakautomaat zich en trok vaak alsnog de partij naar zich toe. Meer dan eens belandde hij dronken in bed om de volgende dag de afgebroken partij tegen Macdonnell in winst om te zetten!

Macdonnell had het meeste last van het rumoer van de toeschouwers die dicht rond het bord stonden, in tegenstelling tot de Fransman die in het Café de la Régence wel wat meer was gewend. Een belangrijke reden dat Macdonnell vaak verloor was de typische Engelse eigenwijsheid; bepaalde varianten bleef telkens weer spelen hoewel hij er keer op keer mee verloor. Zo speelde hij in een soort doorschuifvariant van het Frans, na Lb4 schaak, steeds de manoeuvre Ke1-f2-g3-h3/g4, in plaats van het gezonde Ld2. Als hij na zes nederlagen met dit systeem dan eindelijk de 34e partij ermee wint, stopt hij pas met deze variant. Een aardig voorbeeld hoe De la Bourdonnais dit systeem afstraft is de volgende partij. Het eventueel analyseren laat ik aan de lezer over; voor mij is dat niet de hoofdzaak van dit stukje. Macdonnell heeft wit:

e4 c5 f4 e6 Pf3 Pc6 c3 d5 e5 f6 Pa3 Ph6 Pc2 Db6 d4 Ld7 Pe3 cd4 cd4 Lb4 Kf2?! 0-0 Kg3 fe5 fe5 Tac8

Volgens de Ier mankeert er niets aan de witte stelling, maar de Fransman denkt daar anders over. De partij ging als volgt verder.

h4 Tf3! gf3 Pd4 Ld3 Tf8 f4 Lc5 Tf1Lb5 Lb5 Db5 Kh3 Pe2 Pg2 Pf5 Kh2 Peg3 Tf3 Pe4 Df1 De8 b4 Ld4 Tb1 Dh5 Tbb3 Tc8 Le3 Tc2 Kg1 Pe3 Tfe3 Pd2 Dd3 Tc1 Kh2 Pf1 Kh3 Pe3 Pe3 Df3 Kh2 Th1 mat.

De speelsterkte van de heren was in hun beste partijen hoofdklasseniveau, maar dit geldt uiteraard niet voor hun openingskennis en hun eindspeltechniek. Zo speelde Macdonnell in de 26e partij het Evansgambiet en De la Bourdonnais die deze opening niet kende, werd van het bord gezet. Hij was zo geschokt dat hij drie dagen uitstel vroeg om de opening te bestuderen. Hierna speelde hij hem zelf ook!

Eind september 1834 wordt de match beëindigd en De la Bourdonnais keert terug naar Parijs. Na afloop van match toont Macdonnell tekenen van bezetenheid; werken doet hij niet meer en binnen een jaar overlijdt hij, 37 jaar oud, volgens vrienden door fysieke en mentale uitputting. De la Bourdonnais verpaupert volledig als het schaakcafé wordt opgeheven en hij moet soms urenlang schaken om een paar franc te verdienen. In 1838 gaat hij voor het laatst naar Engeland; geteisterd door tbc kan hij zijn vrouw niet meer onderhouden. Een inzameling onder Engelse vrienden levert 200 pond op, maar het is al te laat. Hij sterft op een zolderkamertje, 43 jaar oud, en wordt begraven naast de graftombe van Macdonnell.

UIT: “De schaaktweekamp 1834 de la bourdonnais- macdonnell” van Max Pam. Uitgeverij Andriessen.

Ik sluit af met een quote:

“Het schaken heeft geen sociaal doel. Dat is boven alles van belang” (Duchamp)

Joop Beijersbergen september 2016